Vruchtbomen in de openbare ruimte

Plaatselijk Belang Buitenpost zet zich in voor een Fruitbomenproject dat de aanplant beoogt van vruchtbomen in de openbare ruimte van Buitenpost. De plannen zijn al behoorlijk concreet en er is al verkennend overleg met de gemeente geweest, maar het is nog te vroeg om details naar buiten te brengen. Misschien is er ook mogelijkheid om samen op te werken met het plan Feestlik Vergees dat door vier kerkelijke gemeenten gedragen wordt. Daarover meer in de volgende Binnenste Buitenpost. Nu wil ik een paar bespiegelingen los laten op de plaats van vruchtbomen in onze cultuur.

Vrijwel iedereen heeft herinneringen aan bijzondere momenten waarin vruchtbomen een rol spelen. Nu brengen alle bomen vruchten voort, maar met vruchtbomen bedoelen we hier: bomen waarvan wij de vruchten eten. Gelderse Achterhoek, herfst 1962. Ik was bijna twaalf en ging net naar de middelbare school. Daarvoor fietste ik elke dag zeventien kilometer heen, en weer terug. Een fikse inspanning. Nu wist ik, even van m’n route af, een boerderij met een grote appelboom in de voorhof, met verrukkelijke appels. Het kostte enige tijd voor ik me ervan vergewist had dat ik ongezien zo’n appel kon jatten. Bij de vierde of vijfde keer dat ik zou toeslaan, en weer wat voor de hof drentelde, sprak van achter mij de boer me toe: “Ach manneke, als je nou zo’n trek in een appel hebt, pak hem dan gewoon. D’r binn’n d’r zat.” In diverse opzichten was dat een leermoment voor mij! Of de keer dat ik met mijn vrouw de weg kwijtraakte tijdens een wandeling in het berggebied van zuidelijk Kreta. Het was bloedheet en we hadden dorst. En daar stond ineens zomaar langs het pad een sinaasappelboom met rijpe vruchten op plukhoogte… U hebt ongetwijfeld uw eigen herinneringen.

Ook in onze oude sproken en vertellingen én in de moderne literatuur wemelt het van verhalen over onze verhouding tot de al of niet verboden vruchten. Het begint al bij Eva en Adam (in die volgorde). Het is trouwens op grond van de Bijbeltekst niet duidelijk om wat voor vrucht het gaat: En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at. (Statenvertaling) Maar ook een heel mooie is het laat zestiende-eeuwse toneelstuk Esbatement van den Appelboom. Een man en vrouw vervallen, geteisterd door tegenspoed, tot diepe armoede. Maar de vrouw, genaamd Deuchdelijk Betrouwen, vraagt God of hij hun appelboom het hele jaar vrucht wil laten dragen. Wat gebeurt. Maar daar komen natuurlijk ook veel dieven op af. Vraagt de vrouw weer aan God of die dieven niet in de boom vast kunnen blijven zitten tot ze van haar man toestemming krijgen eruit te komen. Ook dat staat God toe. Zo weten ze zelfs de Dood en de Duivel te vangen, die niet vrij komen vóór ze de man en de vrouw nog veertig welvarende levensjaren schenken.

Vruchten verleiden (foto boven: appel). Dat is zeker. In een verre uithoek van de filosofie houden biologen zich bezig met vegetatieve filosofie: heel kort door de bocht geformuleerd houden zij zich bezig met de vraag (lach niet!) of planten door de evolutie met intelligentie begiftigd zijn. Natuurlijk is zulke intelligentie dan van heel andere orde dan de intelligentie die wij onszelf toerekenen. Maar het is toch aardig om ’s na te denken over hoe een boom, hoe allerlei planten mensen ertoe brengen hen te koesteren, speciale vertroetelruimtes (akkers, tuinen) voor hen aan te leggen om voor die planten hun belangrijkste opgave mogelijk te maken, namelijk zich voort te planten en hun areaal uit te breiden. Wij denken, intelligent als wij zijn, dat die planten ons dienen. Maar misschien is het wel andersom. Om bij de appel te blijven: het geslacht Malus is typisch voor Eurazië. Het kent tal van soorten. Ook in onze contreien kwam al in de steentijd Malus Sylvestris voor, een soort met kleine appeltjes, die wel gegeten werden. Met name in Oost-Gelderland en Noord-Drenthe komt deze soort nóg heel zeldzaam voor. Uit weggeworpen klokhuizen groeit nog al eens de verwilderde appel (Malus domestica) uit. Aan het begin van onze cultuurappels staat Malus sieverii, inheems in Kazachstan. Die is, gekruist met allerlei van die wilde rassen, de belangrijkste basis voor de cultuurappels. Verre nakomelingen werden in onze streken in de Romeinse tijd geïntroduceerd en verder ontwikkeld en alom aangeplant. In het buitengebied vind je nog wel eens fruitbomen die verraden dat er ooit een huisje heeft gestaan. (foto onder: fruitbomen in Rohel – foto: Gertie Papenburg)

Welke natuurlijke bewoners van onze openbare ruimte kunnen mee eten?
Toen in de jaren zeventig de eerste biologische groente- en fruitwinkels openden, gingen die lange tijd gebukt onder het geitenwollensokkenimago: veel geld voor wormstekige appels. En daar zijn we meteen bij twee belangrijke punten. Wij willen ‘vlekkeloze’ producten en die mogen geen cent te veel kosten. Dat zit er bij veel mensen nog altijd diep in, maar de ijzeren toepassing daarvan is een heilloze weg. We zagen in het middeleeuwse verhaal dat ik aanhaalde al dat je met de ideale appelboom zelfs de Duivel en de Dood aan huis haalt. Met het gif dat tegenwoordig alom aanwezig is in de agrarische omgeving, is voor allerlei organismen zoals insecten de Dood alvast gearriveerd.

Met de voedselplanten gaan we ongetwijfeld mee-eters krijgen. Als je bij bessenstruiken niet oplet, zijn de merels je voor. Appels trekken ook spreeuwen, en die hebben de ‘onhebbelijkheid’ met
véél te zijn (foto onder: groep spreeuwen – foto: Sylvia Jacobi-Riepema). In de eigen tuin komen sommige mensen dan met netten in het geweer, wat aan tal van vogels het leven kost doordat ze erin verstrikt raken. Maar ik zou het een onwenselijke gang van zaken vinden als mensen een ‘openbare bessenstruik’ bij hen in de buurt zouden claimen en met netten behangen. Wat ik dus hoop, is dat we náást het sociale aspect óók oog hebben of ontwikkelen voor de belangen van al het gedierte waar de Schepper ons mee opgezadeld heeft. En dat we leren dat daar heel goed mee te leven valt.

Ik zal me niet mooier voordoen dan ik ben: ook ik koop niet graag wormstekige appels. Maar toen onze kinderen in de jaren tachtig de wereld verkenden, gingen ze in de herfst altijd een paar keer
naar Rohel om appels te rapen bij de appelbomen die daar in het veld staan. Ze verheugden zich op de ‘hete bliksem’, een van de weinige gerechten waar ze alle drie gek op waren. En dat we dan gewoon de wormstekige delen van de appels wegsneden, vonden we de gewoonste zaak van de wereld. Wij hadden als gezin een feestje, en voor de fruitmot was er ook plaats in het systeem. Nou ja, voor de weggesneden wormpjes?

Er zijn ook heel andere soorten die te winnen hebben. Walnotenbomen zullen om hun grootte zeker niet talrijk aangeplant worden, maar mochten die er komen dan kan een van mijn favoriete vogels zich al opmaken: de Vlaamse gaai. (foto boven – foto: Sylvia Jacobi-Riepema).  Dat juweel voedt zich ’s winters vooral met eikels, bijvoorbeeld van de eiken aan de Bernhardlaan. Maar reken maar dat die walnoten niet zullen versmaden. Terzijde: ik moet officieel spreken van ‘de Gaai’. Maar dat vertik ik: zijn naamsverandering berust op onverstand. Dat ‘Vlaamse’ moest eraf, want de vogel had geen bijzondere band met Vlaanderen. Kijk ’s in een woordenboek, denk ik dan. Rond zestienhonderd hadden we veel Zuid-Nederlandse immigranten in met name Holland. Ook toen al letten we meer op de verschillen dan op de overeenkomsten met vreemdelingen. Die Vlamingen kleedden zich niet stemmig zoals de Hollanders gewoon waren, maar ze hulden zich in allerlei bonte kleuren. En die betekenis van Vlaams: ‘bont gekleurd’, is nu juist wat de vogel zo mooi karakteriseert. En dan doet hij dat ook nog met zo veel stijl. In de gestileerde vorm van Blocbirds (illustratie onder) kun je er zelfs de wand mee sieren.

Of onze kleurige vriend ook hazelnoten wenst, kan ik niet vinden. Maar daar weet een andere dorpsbewoner weer raad mee: de woelrat. Voor het goede begrip: het is geen rat, maar een (heel) grote muis die in en om oevers leeft, zo ook aan de sloot langs mijn huis. Hij wordt ook wel ‘waterrat’ genoemd. Hij legt met de hazelnoten die in mijn tuin van de hazelaars vallen wintervoorraden aan. Aan het eind van de winter vind ik tientallen open geknaagde en leeggegeten hazelnoten. Ik zie de dieren zelden of nooit. Zouden ze niet doorhebben hoe ingenomen ik ermee ben dat ze mijn tuin verrijken met hun aanwezigheid?

© 2022 - Plaatselijk Belang Buitenpost

Deze site maakt gebruik van cookies.

BinnenBuitenpost.nl maakt gebruik van cookies voor verschillende doeleinden. Door verder gebruik te maken van deze site stemt u in met het plaatsen en uitlezen van cookies. U kunt altijd weer de cookie-instellingen wijzigen.
Cookies op onze website
Functionele cookies
Deze cookies zorgen ervoor dat de website goed functioneert. Ook gebruiken wij functionele cookies voor het opsporen van misbruik van onze website en diensten.
Analytische cookies
Met deze cookies kunnen we het gebruik van de website analyseren, zodat we de prestaties van onze website kunnen meten en verbeteren.
Cookies voor social media
Met deze cookies kunt u verbinding maken met uw sociale netwerken en recensies lezen.
Cookies voor gerichte reclame
Deze cookie worden gebruikt om getoonde advertenties af te stemmen op je interesses, zowel op Kostenservice.nl als op andere websites.