Buitenposters

Nanning Bulthuis

mijn werk dat is mijn leven

Vanaf het begin van de jaren zestig werkt Nanning Bulthuis aan de vernieuwing en uitbreiding van ons dorp; een stevig deel van ons dorp komt van zijn tekentafel, maar daar mogen we geen ophef over maken: met grote terughoudendheid geeft Nanning toestemming voor dit interview en ook al kennen we hem als iemand die vol grappen zit en die een groep gemakkelijk aan het lachen krijgt, als hij iets over zichzelf moet vertellen, dan wordt hij heel bescheiden.

“Ik kom uit een aannemersfamilie. Al verschillende generaties lang bestaat hier in het dorp het aannemersbedrijf Bulthuis, nu het bedrijf van mijn broer Ale. Van oorsprong komt mijn familie uit het Groningse dorp Stitswerd. Het waren mensen, die in de horeca werkten en het molenaarsvak uitoefenden. leuk te weten dat het café te Stitswerd nog steeds bestaat, nu onder de naam De Valk. zo langzamerhand, neringdoend, kwam de familie deze kant op, enkelen vestigden zich in Visvliet, mijn over-overgrootvader dus in Buitenpost. Hij werd aannemer. Mijn grootvader Nanning breidde de zaak uit. Hij bouwde onder andere boerderijen, woningen, kerken in de wijde omgeving en voerde ook waterbouwkundige werken uit, zoals het graven van kanalen en het bouwen van bruggen. Mijn vader Pieter nam in de oorlogsjaren de zaak in de Kerkstraat over. Dat was in de crisistijd – er was heel weinig werk. Hij maakte boerengereedschap, kruiwagens, karren en deed klein onderhoudswerk. Langzaam bloeide de zaak op. Het bedrijf Enitor vestigde zich hier in het dorp; hier moest veel onderhoudswerk verricht worden en de particuliere woningbouw kwam op gang”.

“Er zijn in Buitenpost een aantal karakteristieke gebouwen verdwenen, zoals het café Klamer, het Nutsgebouw en een aantal bakkerijen. De oude kern van het dorp werd gevormd door de Voorstraat, de Kuipersweg, de Kerkstraat en de Stationsstraat. Eigenlijk is de laatste straat nog vrij authentiek, ook al zijn de slootjes en de bruggetjes verdwenen. Ook de Kuipersweg is in grote trekken gelijk gebleven. De Kerkstraat, waar ik woonde, bestond in die tijd uit kleinschalige woningen, winkels en de timmerbedrijven Heidema en Bulthuis. Jammer, dat van het oorspronkelijke beeld van de Kerkstraat niets meer over is. Er kwam weinig verkeer door de straat en er heerste een gemoedelijke sfeer: iedereen kende iedereen en praatte met elkaar op straat. Wij speelden er met zelfgemaakte karren in diepe tuinen. We plukten de mooie appels uit de bomen bij pake en beppe, die bedoeld hadden dat we de valappels op zouden rapen. Het was vanzelfsprekend dat ik als de oudste zoon de zaak zou voortzetten. Na mijn opleiding heb ik ongeveer een jaar meegedraaid als leerling- timmerman. Met de stropdas onder de overall had ik niet het gevoel dat ik een echte timmerman was en ik bemoeide me te veel met de vormgeving en de detailafwerking van het werk, wat mij door mijn collega-timmerlieden niet altijd in dank werd afgenomen. Het was in die tijd gebruikelijk om, als het hoogste punt in de bouw bereikt was, een meiboom op de nok te plaatsen en dan met elkaar een borrel te drinken. Dit was het geval bij de boerderij van de familie de Vries aan de Parallelweg. Ik had tot dan toe alleen nog maar ranja en prik gehad en dit was mijn eerste ervaring met drank. Ik dronk een paar borrels met de anderen mee. Dat bekwam mij slecht. Drie dagen lang was ik beroerd en heeft daarna jaren geduurd voor ik weer een borrel nam”.

“Toen architect Bergmans van het bureau Bergmans-Velding aan mijn vader vroeg of ik tijdelijk bij hem op het kantoor kon werken, nam ik dat met beide handen aan. Met veel plezier werkte ik daar tot aan mijn militaire diensttijd. Na de diensttijd heb ik dit werk 2 jaar voortgezet bij een architectenbureau in Leeuwarden en daarna nog ongeveer vier jaar bij architectenbureau Klein in Groningen. Bij deze bureaus kreeg ik de gelegenheid zo nu en dan mij eigen ideeën en initiatieven in de praktijk te brengen; ik heb er veel van geleerd, evenals van mijn studie die ik in de avonduren deed. Ondertussen was mijn vader mijn ambassadeur. Hij kreeg steeds meer contacten in de bouwwereld met aannemers en particulieren en hij zorgde ervoor dat ik tekenopdrachten kreeg, tot het mij boven het hoofd ging groeien”.

“Toen werd het voor Coby en mij tijd om te beslissen een eigen bureau te beginnen. Wij hadden het huis aan de Stationsstraat al gekocht en daar vestigden wij ons. Diat was in het begin van de jaren zestig. Het duurde even voordat ik werkelijk iets in rekening kon brengen voor gedane arbeid, maar dat was alleen in het begin. In deze startperiode had ik veel te danken aan de directeur gemeentewerken H.F. de Boer. Hij stimuleerde mij om door te zetten als zelfstandige en vooral kwalitatief goed werk te leveren. “Zorg dat je bestekken goed in elkaar zitten en volledig uitgewerkt zijn”, hield hij mij voor. Wij konden goed samenwerken en ik had grote waardering voor zijn persoonlijkheid en zijn principes; ik bewonderde zijn kennis van de natuur. Ik zie hem nog liggen in zijn schuiltentje – urenlang – om een nestje of een vogel met zijn camera vast te leggen. Dat was zijn grote hobby. Hij had speciale ideeën over wat hij zag als ‘natuurlijke omgeving’ en dankzij hem is er veel natuur ontstaan in ons dorp en in de gemeente. Uit onze goede samenwerking bleek wel, dat hij mij nooit kwalijk heeft genomen dat mijn broer Ale en ik in het verleden (wij waren toen nog eens stuk jonger) een grapje tegenover hem maakten. Hij zat altijd vlak vooraan in de kerk. Toen Ale en ik op een keer in de middagdienst kwamen, zat hij zoals altijd op dezelfde plek. Wij liepen naar hem toe en zeiden: “Zat u hier vanmorgen ook al?”. Toen hij dit bevestigde, zeiden wij: “Dan kunnen wij hier nu wel zitten”.

“Na een tijd kreeg ik meer bekendheid en daardoor ook meer werk. Ik weet nog goed dat de bouw van de zogenaamde Boogaardswoningen van start ging. Volgens dit plan werden woningen gebouwd voor maximaal f 14.000,- Ik stuurde hiervoor enkele ontwerpen in en deze werken in een bouwkundig tijdschrift gepubliceerd. Hierdoor kreeg ik een aantal opdrachten, hier in de regio, maar ook buiten de provincie, onder andere in Zuid-Holland. De huizen aan de Berkenlaan stammen uit die periode. Zo kreeg ik steeds meer opdrachten en eigenlijk is het nooit voorgekomen dat ik daar zelf achteraan hoefde te gaan. Reclame maken voor mijzelf ligt me niet zo erg, evenmin als publiciteit. Men komt naar mij toe, dezelfde opdrachtgever dikwijls meerdere keren”.

“Tegenwoordig maak ik diverse ontwerpen voor de utiliteitsbouw: winkels, scholen, bedrijfsruimten en kantoren maar ook particuliere woningen in de ruime regio. Ik werk graag met traditionele materialen en ik wil dat mijn werk deugdelijkheid uitstraalt. Ik hecht ook aan tradities in de bouw. Als het hoogste punt van een bouwwerk bereikt is, zie ik nog altijd graag een meiboom daarin geplaatst. Het is een feestelijk moment – de vormen, zoals ik me die had voorgesteld, zijn dan duidelijk herkenbaar. Het is het moment voor de opdrachtgever om een toespraakje te houden voor de werknemers en hen een cadeautje te overhandigen. Als het werk uiteindelijk opgeleverd wordt, is het de beurt aan aan de aannemer en de architect voor een toespraakje en een cadeau. Het is natuurlijk geweldig om het hele proces van de eerste pennenstreek tot de oplevering mee te maken”.

“Dat gaat niet vanzelf. Soms ben ik met een plan bezig en dan zie het niet meer zitten. Dat kan zo sterk zijn, dat ik de opdracht het liefst terug zou willen geven. Dan neem ik afstand en loop ermee om, soms dagenlang, hoe zal ik dit vorm geven zo dat het esthetisch en constructief verantwoord is? Plotseling staat hij mij dan voor de geest en met een aantal grove pennenstreken zet ik dan de basis van het plan op papier. Als de tekeningen klaar zijn, is het nog een lange weg naar voltooiing. Daar gaan veel bouwvergaderingen en overleg aan vooraf. Dit is trouwens een fase van mijn werk waaraan ik veel plezier beleef. Misschien komt het doordat ik van huis uit gewend ben aan de taal en de gewoontes in de bouwwereld. Ik kan goed begrijpen wat ‘mijn mensen’ bedoelen en zij snappen mij ook, zonder al te veel woorden. Meestal staan zij achter mij vanaf het begin. Dat vind ik belangrijk in mijn werk: er moet vertrouwen zijn en een goede sfeer”.

“Eigenlijk zou ik nu wel in de VUT kunnen gaan, maar omdat het zo’n mooi beroep is en het eigenlijk ook mijn hobby is, denk ik er nog niet aan om ermee op te houden. Ik ben nog volop bezig met interessante projecten die op stapel staan. Ik heb niet het oudste beroep gekozen, maar ik kan wel zeggen: “Voor mij is het het mooiste beroep”.

© 2022 - Plaatselijk Belang Buitenpost

Deze site maakt gebruik van cookies.

BinnenBuitenpost.nl maakt gebruik van cookies voor verschillende doeleinden. Door verder gebruik te maken van deze site stemt u in met het plaatsen en uitlezen van cookies. U kunt altijd weer de cookie-instellingen wijzigen.
Cookies op onze website
Functionele cookies
Deze cookies zorgen ervoor dat de website goed functioneert. Ook gebruiken wij functionele cookies voor het opsporen van misbruik van onze website en diensten.
Analytische cookies
Met deze cookies kunnen we het gebruik van de website analyseren, zodat we de prestaties van onze website kunnen meten en verbeteren.
Cookies voor social media
Met deze cookies kunt u verbinding maken met uw sociale netwerken en recensies lezen.
Cookies voor gerichte reclame
Deze cookie worden gebruikt om getoonde advertenties af te stemmen op je interesses, zowel op Kostenservice.nl als op andere websites.