kopbalk dorp Buitenpost

kaart van noord Nederland

Het dorp Buitenpost ligt in noord Nederland, in de noord-oosthoek van de provincie Fryslân. Ruwweg centraal gelegen tussen de belangrijke hoofdplaatsen Leeuwarden, Groningen, Dokkum en Drachten. Het is één van de oorspronkelijke acht 'kerspelen' (kerkdorpen) die de naamgever van de grietenij, later gemeente, Achtkarspelen waren. Sinds het midden van de 19e eeuw is het daarvan de hoofdplaats en is het gemeentehuis er gevestigd. Het dorp heeft een belangrijke voorzieningenfunctie waaronder de aanwezigheid van een station, verschillende scholen voor lager en voortgezet onderwijs en bestuursvoorzieningen.

Het ontstaan van het dorp kan omstreeks de 12e eeuw gedateerd worden. Bedijkingswerk van monniken uit het nabijgelegen Gerkesklooster was daarbij een belangrijke aanzet. Buitenpost ligt halverwege Groningen en Leeuwarden en die ligging is vanouds van belang geweest voor dit (grens)dorp. Het is ondanks de invloed van Oostergo en inspanningen van het oude bisdom Groningen om de grensregio in te lijven, toch een Fries dorp gebleven. De voertaal is wâldfrysk, in tegenstelling tot verder oostelijk gelegen buurdorpen. In vroegere tijden heeft Buitenpost nogal wat te lijden gehad van de strijd tussen de Friezen en de Groningers. Langzamerhand vestigden zich er leden van voorname Friese families in dit leidde tot een groeiende bestuurlijke functie en een bovengemiddeld aantal andere 'voorname' inwoners. Rouwborden in de gotische Nederlandse Hervormde Kerk herinneren ondermeer daaraan.

Buitenpost werd door haar ligging tussen Leeuwarden en Groningen in de 17e eeuw een belangrijke pleisterplaats voor postwagens. De komst van de spoorlijn en rijksweg in de 19e eeuw hebben verder belangrijk bijgedragen aan haar ontwikkeling als verkeersknooppunt. Het ligt op de tot voor kort belangrijkste verbindingsweg tussen de beide provinciehoofdsteden, de E10. Sinds 1866 heeft het een spoorverbinding met eigen station. Verdubbeling van de spoorlijn heeft in de laatste decennia tot intensivering van het treinverkeer geleid. Het heeft zich daardoor als karakteristiek forensendorp kunnen ontwikkelen.

Buitenpost is na 1955 snel gegroeid in inwonertal, mede te danken aan het spreidingsbeleid voor de industrie door het rijk, in de jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw. Zo was het aantal inwoners, in 1955: 2689, in 1965: 3123, in 1975: 4049, in 1990: 5498 en in 2000: 5639. Het dorp begint de gevolgen van de vergrijzing van haar inwoners te merken. Overigens is de bevolkingsgroei al langer aan het afvlakken. Industrie is voornamelijk te vinden op industrieterrein De Swadde aan de noordzijde van het dorp. Als zogenoemd 'onderwijsdorp' kent een relatief groot aantal scholen waarvan het Agrarisch Opleidings Centrum (AOC) en het Lauwers-College een duidelijke regiofunctie hebben.

Het is een dorp kent diverse andere publieke voorzieningen. Aanwezig zijn bijvoorbeeld een openbare bibliotheek aan de Kerkstraat, zwembad 'de Kûpe', sporthal 'de Houtmoune', sportpark 'De Swadde', streekmuziekschool 'De Wâldsang', zorgcentrum Haersmahiem en het centrum voor sociaal-cultureel werk It Koartling. Toeristisch krijgt het steeds meer betekenis door de vele fiets- en wandelpaden, maar vooral ook de aanwezigheid van botanische museumtuin 'De Kruidhof' en het daarop aanwezige IJstijdenmuseum. Het goede voorzieningenniveau en de aantrekkelijke ligging dragen er toe bij, dat er sprake is van een sterker wordende woonfunctie van Buitenpost.