gitarist en gitaardocent

Wander van Duin Meestal wordt de Binnenste Buiten-lezer in de rubriek ‘Inspiratie’ een blik gegund op de creatieve ideeën en activiteiten van geïnspireerde hobbyisten; dit keer echter had ik een gesprek met gitaarleraar Wander van Duin. De muziek is voor hem niet iets wat hij ‘erbij’ doet. Zoals hij zelf zegt: de muziek is zijn leven.

Toch was het niet vanaf het begin duidelijk dat hij de muziek in zou gaan. Hij deed veel aan zelfstudie, maar pas op zijn achttiende begon Wander gitaarlessen te volgen aan de muziekschool. En voor zijn toekomstige broodwinning dacht hij aan heel andere dingen: na het Lauwers College begon hij met de studie sterrenkunde, maar stapte over naar filosofie. Daarin studeerde hij af, maar hij kon in die branche geen baan vinden. De volgende stap was de verkorte lerarenopleiding natuurkunde. Uit het oogpunt van beroepskeuze was dat heel geschikt, want bij het afstuderen in april was de aanstelling aan het Ichthus College in Drachten al binnen. Maar al snel werd het hem duidelijk dat hij dat werk niet tot zijn pensioen wilde blijven doen.

Overstap
Al tijdens zijn studie was hij veel met muziek bezig. Hij speelde in allerlei bandjes, maar een carrière in die richting zat er niet in: vind maar eens een groep getalenteerde mensen die ook nog eens bereid zijn 80 uur per week in een band te steken. Een conservatoriumstudie was uiteindelijk (Wander deed wel de vooropleiding) ook geen optie: dan zou hij waarschijnlijk toch weer als leraar op een middelbare school belanden. Het optreden met een band bleek tenslotte toch het begin van zijn werk in de muziek te zijn: er kwamen verzoeken van concertbezoekers of hij gitaarles wilde geven en dat breidde zich snel uit. Moest hij in het begin nog zelf de boer op om zich aan te bieden als leraar, tegenwoordig komen de leerlingen aanwaaien: meer dan hij er kan plaatsen. Dit doet hij nu zo’n twaalf jaar.

Goede techniek is belangrijk
Hij mag dan leven van de muziek, Wander wekt bepaald niet de indruk een zweverig type te zijn. In zijn manier van lesgeven kun je merken dat hij ook voor leraar heeft gestudeerd. “Ik vind een goede basis, een goede techniek, belangrijk. Niet alleen het gevoel wat je hebt bij de muziek telt, je moet ook begrijpen wat je speelt. Ik leer structuur aanbrengen. De les moet niet te vrijblijvend zijn, ik wil iets meegeven.” Wat precies hangt natuurlijk af van het niveau en de leeftijd van de leerling. Bij volwassenen ligt dat anders dan bijvoorbeeld bij jonge kinderen, bij wie de muzikaliteit nog ontwikkeld moet worden. Dat vergt veel geduld van een leraar. Sowieso vragen kinderen veel energie, vindt Wander. Soms zitten ze in een fase dat ze eigenlijk niet zoveel willen. Als het dan toch goed gaat, geeft dat voldoening.

De gitaar als muziekinstrument
Een gitaar is een instrument waarmee je in veel verschillende muziekstijlen terecht kunt. Wanders eigen muzikale liefde ligt bij folk, wereldmuziek en ‘singer-songwriters’ als Bob Dylan, die bij een gitaarbegeleiding een lied zingen dat ergens over gaat. Zanger, muziek en tekst vormen één geheel. Hij onderwijst natuurlijk wel andere stijlen (zoals klassiek en rock), maar als een leerling persé alleen bijvoorbeeld jazz wil spelen, stuurt hij hem door naar een jazzgitarist. Met heavy metal heeft hij ook niet zoveel, maar een goede heavy metalgitarist om leerlingen naar door te kunnen verwijzen heeft hij nog niet gevonden. Ook al heeft hij dus wel voorkeur voor bepaalde muziek, Wander sluit zich niet voor al het andere af. “Je blijft doorleren, ook van leerlingen. Die komen met allerlei soorten muziek aanzetten, ook wat ik zelf niet zou kiezen. Als je goed luistert, zit er vaak toch wel wat in. Dat vind ik interessant.” Lesgeven is niet het enige wat Wander in de muziek doet. Hij heeft in verschillende bands gespeeld, o.a. in Cotton Green, waar hij in de jaren ‘96 tot ‘98 een piek beleefde. Dat was een drukke periode: tournees eisten veel tijd en energie en als er een cd opgenomen moest worden, zat de groep twee weken fulltime in een studio.

Verdieping
Momenteel is hij wat betreft optredens wat kleinschaliger bezig: meer ‘losse dingetjes’ en tijdelijke projecten. Tijd en energie zijn niet onuitputtelijk en in deze dure tijden moeten er veel lessen gegeven worden voor een voldoende inkomen! Des te meer voelt Wander de behoefte om die energie weer aan te vullen door op een manier met muziek bezig te zijn, anders dan in een band of in de lessen. “Ik wil weer zelf studeren, groeien. Met mijn gitaar ben ik me aan het verdiepen in de Cubaanse muziek en ik doe nu ook meer met banjo. Dat is een instrument dat vanuit Afrika met de negerslaven mee naar Amerika is gekomen. Die Afrikaanse invloeden hoor je nu nog, maar ook die van Ierse en Engelse immigranten. Op internet zijn er honderd jaar oude opnamen te vinden van banjomuziek! Ik luister daarnaar, naar wat er gebeurt in die muziek, ik verdiep me erin en probeer zelf te spelen. Ik heb ook zangles genomen, om eens te kijken wat mijn mogelijkheden en beperkingen zijn. Ik zou willen dat zoveel mogelijk mensen met muziek bezig zijn. Creativiteit, op welk gebied ook, is zo belangrijk. Het geeft mensen een gevoel van eigenwaarde en het maakt de wereld een stuk mooier.”

Het muziekonderwijs
Volgens Wander is het daarom ook zo jammer dat er zoveel druk op het onderwijs is: leraren hebben vaak niet de tijd en de energie om die extra’s te organiseren (bijvoorbeeld een schoolmusical) die juist het verschil kunnen maken tussen een gewone en een bijzondere schooltijd. Gelukkig is hier een muziekschool. Zelf probeert hij er ook wat aan te doen, onder meer door het houden van een leerlingendag, waar mensen elkaar kunnen treffen en waar muziekgroepjes ontstaan om lekker samen te spelen. Verder zit hij voor It Koartling in het Popcollectief, dat één keer per maand een concert organiseert voor beginnende bands. Een beetje moeizaam is het wel: het is niet eenvoudig om publiek naar een optreden te krijgen. Er zijn wel organisaties actief die wat proberen (Maskelyn, Het Behouden Huis, Hielke-Jan Ellens met Poptalent, Arjen Heidbuurt van It Koartling), maar “de loop is er niet.” Misschien ligt het aan de lokatie aan het spoor: je stapt makkelijk op de trein naar Leeuwarden of Groningen. Toch is er wel een tijd geweest dat het muziekleven hier meer bloeide: er was, volgens Wander, sprake van een creatieve impuls die aanstekelijk werkte, een sneeuwbaleffect van enthousiasme. Als het één liep, liep het andere ook. Het inzakken had ook te maken met een strengere wetgeving (bijvoorbeeld de hinderwetvergunningen). Maar wie weet komt de belangstelling weer terug.